dinsdag 20 september 2011

Kanab – Keeneb – Kuhnep en 16 Condors

Soms denk je dat je het weet. Hoe ze hier bijv. plaatsnamen uitspreken. Maar dan blijkt dat je het toch weer mis hebt. Zion ligt achter ons en we rijden richting Kanab. Zo schrijf je het en wij zeiden steeds: Keeneb (met een b op het eind). Maar de campgroundhouder had het ineens over Kuhnèp, met de nadruk op nèp. En dan klinkt het ineens weer heel anders.
Voordat we in Kanab zijn moeten we natuurlijk eerst nog door de tunnel bij Zion. Door de tunnel zul je zeggen, dat is toch niet zo bijzonder. Nou deze wel. Want met een RV kun je daar nl. niet zomaar doorheen rijden omdat deze aan de zijkanten te laag is. Om er doorheen te kunnen rijden zul je dus in het midden moeten rijden. Maar dat betekent dat ze het verkeer dan vanaf de andere kant moeten tegenhouden. Op het moment dat je dan ook met je camper komt aanrijden wordt er contact gelegd met de andere kant en op het moment dat men daar het verkeer stillegt en de tunnel leeg is mag je pas door. Bijzonder.
Vlak na de tunnel stoppen we even omdat de binnenkant van de vooruit met laagstaande zon bijna ondoorzichtig was. En dat is met bochtige wegen, met diepe putten langs de weg niet zo handig als je ineens niets meer ziet. Een auto die voor ons staat rijdt weg, maar stopt een eindje verder weer en de chauffeur stapt uit. Eerst hebben we niet door waardoor, maar dan ziet Marja ineens dat er een kleine kudde mountain bighorn sheep of bighorn mountain sheep rondlopen. Een mannetje en een stuk of vijf, zes vrouwtjes. We lopen er snel naar toe en Marja maakt wat foto’s. Als we daarna met onze camper wegrijden staan ze nog steeds langs de weg. En als we er vlakbij zijn komt ook het mannetje (met die grote horens), dat even was weggerend, weer terug. Waarschijnlijk om die vrouwtjes mee te tronen. We rijden heel langzaam erop af en Marja roept wacht, wacht. Maar omdat er een aantal motoren achter me rijden rijdt ik heel langzaam verder. Helaas zijn de foto’s daardoor allemaal een beetje bewogen.

IMG_9101

Maar dat neemt niet weg dat ons lijstje met verschillende wilde dieren, dit jaar zich nog steeds uitbreidt. Naast de coyote, een paar herten hebben we natuurlijk die beer gezien. En nu dus die bighorn sheep.
De rit gaat overigens opnieuw door een geweldig landschap. Kronkelige wegen langs bergen en door canyons om gevolgd te worden door wegen waarop je mijlen ver kunt zien en waar je al mijlenver van te voren kunt zien waar je heen gaat, omdat je daar hele kleine autotjes over het lintje door de omgeving ziet rijden. Dat laatste krijg je af en toe een klein beetje als je van Nederland Duitsland in rijdt en het ook allemaal al wat ruimer, wat weidser wordt dan in dat piepkleine landje van ons. Maar ik kan jullie verzekeren dat die vergelijking ook eigenlijk helemaal niet opgaat.
Onderweg zeg ik tegen Marja dat ik, als ik dat landschap zie met al zijn variaties e.d., wel kan begrijpen waarom die Amerikanen zo trots zijn op hun land. Ik bedenk daarbij, dat dat misschien helemaal niet de reden is dat ze trots zijn en dat daar iets heel anders achter zit. Maar ik wil het graag geloven. Want mooi is het.

DSC01560

Marja had ook gelezen dat er in de buurt van Kuhnèp ook een vestiging zit van Best Friend. Een organisatie die zich tot doel gesteld heeft zoveel mogelijk opvangdieren te herplaatsen en te rehabiliteren, zonder dat ze dieren laten inslapen. Sinds deze organisatie is begonnen is het aantal dieren dat op die wijze jaarlijks aan hun eind komen is gedaald van 16.000.000 tot 5.000.000. Nog veel te veel als je bedenkt dat er de zogenaamde puppymills bestaan, die alleen maar nieuwe puppies op de wereld zetten om er geld aan te verdienen. Best Friend wil ook bereiken dat steeds meer mensen via hen een dier adopteren en daardoor de praktijken van de puppymills naar de achtergrond drukken. We hebben daar ook een bezoek gebracht en hebben een korte tour gedaan naar een paar van hun kat- en hondenverblijven. Naast een dikke 500 professionals wordt deze organisatie vooral gerund door zo’n 10.000 vrijwilligers door het hele land. En dan te bedenken dat deze organisatie is opgezet door drie idealisten.
Overigens vertelde de dame vandaag dat een door de stad LA opgezet centrum, dat 10.000.000 dollar heeft gekost, voor een belangrijk deel door Best Friend overgenomen gaat worden omdat LA er geen geld meer voor heeft om het verder op te zetten.

DSC01582

Na nog wat boodschappen gedaan te hebben en te hebben getankt gaan we naar onze campground-for-the-day. Als ik ben wezen douchen en terugkom zegt Marja dat ik wat heb gemist. Want zij heeft een aantal Condors zien vliegen en daar ook een paar foto’s van gemaakt. Een tijdje later, als we lekker van het goede weer zitten te genieten, roept ze ineens: kijk. En als ik naar boven kijk zien we wel 16 condors hun rondjes op de termiek draaien. Marja probeert ze te filmen, maar omdat ze heel sterk moet inzoomen is het erg lastig om ze in beeld te houden. Maar het lukt toch nog wel aardig.

IMG_9151

En dan is het ineens (niet echt natuurlijk) al weer acht uur, is het al weer donker en zit ik dit stukje te schrijven. De wolken die aan het oprukken waren zijn gelukkig weer redelijk weggetrokken. Morgen met Terry Aldeman fotograferen in White Pockets en daarna door naar de Grand Canyon. Hopelijk nog steeds met mooi weer. Dat lezen jullie in het volgende verslag. Dat overigens vier dagen zal moeten wachten omdat we de komende vier nachten op een campground staan zonder internet, zonder alles.

maandag 19 september 2011

Zion – in een woord overweldigend en een suicide squirrel.

De rit naar Zion is geweldig. De bergen die je dan onderweg ziet zijn zo bizar mooi, dat je er letterlijk stil van wordt. De ene berg is nog imposanter dan de ander. En niet omdat ie hoog of groot of wat ook is. Maar het zijn vooral de kleuren die indruk maken. Van geel tot zwart, met een laag rood boven een grijze laag, boven een zwarte laag en dan weer rood of varianten daarop. Voordat je in die omgeving komt rijdt je nog wel over opnieuw enorme dalen, met aan alle kanten bergkammen. En soms rijdt je op zo’n bergkam aan en vraag je je af waar de weg naar toe gaat. Gaat ie links, gaat ie rechts. Nee dan zie je ineens, op die lange glooiende hellingen naar de voet van die bergen toe, een paar hele kleine autotjes rijden. En dan blijkt de weg eigenlijk gewoon min of meer rechtdoor te gaan en achter een bergrug die voor de grotere rug staat langs aangelegd te zijn. En zo kom je dan in de Virgin-river gorge. Een kloof waar men dan maar een weg in aangelegd heeft. Wel zo makkelijk: scheelt een hoop bikken en opblazen denk ik zo maar.

DSC01505

In eerste instantie rijden we de afslag naar Zion echter voorbij. We gaan nl. eerst even kijken bij Kolob Canyon. Ook onderdeel van Zion, maar dan meer aan de noordkant van Zion gelegen. Hier doen we een kort tourtje (10 mijl heen en terug) van een paar schitterende views op deze canyon. En we lopen ook nog een korte trail van 1 mijl (heen en terug), maar wel met toch nog wel een hoogteverschil van 30 m op die korte afstand. Maar het is te doen, alhoewel we toch niet helemaal tot het einde gaan. Wel maken we een aantal schitterende foto’s al zeg ik het zelf. Rode rotsen die volgens het verhaal een aantal 10-duizenden jaren geleden in feite gewoon omhoog gedrukt zijn. Bizar maar waar.

DSC01545
Op weg naar het eindpunt van dit tripje rijden we op een gegeven moment achter twee andere auto’s. En plotseling zien we een squirrel de weg oprennen, hij schiet vlak voor de achterband van de auto voor ons langs tot onder de auto, bedenkt zich dan kennelijk, draait om en rent achter diezelfde achterband langs weer terug naar de rand van de weg. Misschien was ie wel levensmoe en wilde hij zich voor die autoband werpen. En toen hij de eerste keer miste, draaide hij zich razendsnel om om het nog een keer te proberen. Maar toen was die autoband al voorbij, Nee alle gekheid op een stokje (wat een uitdrukking zeg). Dat beestje heeft gewoon onwijs veel geluk gehad.

Als we op Kolob Canyon zijn uitgekeken rijden we een aantal mijl terug om de route naar Zion weer op te pikken. En dan komen we dus die schitterende bergen tegen. Bij Zion aangekomen blijkt dat het daar razend druk is. De Campgrounds zijn bijna vol op een paar tentplekken na. En we zijn dan ook blij dat we vooraf gereserveerd hebben. We nemen bij de ingang gelijk weer onze permit mee voor de tunnel waar we morgen door heen moeten. Dan wordt je namelijk begeleid door een ranger omdat je in die tunnel in het midden moet rijden, omdat ie aan de zijkanten te laag is en je je camper aan gort zou rijden.

Op de campground hebben we overigens weer een geweldige plek. Weinig mensen direct naast ons en de Zion-river vlak achter onze camper.Het valt ons op dat er veel meer water door dit riviertje wordt afgevoerd, dan twee jaar geleden. Maar het heeft hier dit jaar ook fors geregend. Zo erg zelfs dat de campground veel later openging dan gepland. Als je het riviertje nu ziet, kun je je nauwelijks voorstellen dat daarin misschien nog wel 1,5-2 m meer water zou staan dan nu. En aan welk oppervlak je dan moet rekenen. Maar goed daar hoeven we ons nu niet druk om te maken. Want het is geweldig weer, met opnieuw blauwe luchten en een middagtemperatuur van boven de 30 graden.

DSC01558

Om de dag af te sluiten leggen we maar weer eens een steak op de barbecue om daarna een lekker kampvuurtje te stoken. Ondertussen wordt het donker en verschijnen de sterren aan de hemel. En ook dat is iets om stil van te worden. Er staat namelijk geen verlichting op de campground. Dus als iedereenzijn verlichting wat tempert kun je onnoemelijk veel sterren zien en ook nog eens die vage vegen van het melkwegstelsel waar wij een spedeknopje in zijn. En ondanks dat we dit twee jaar geleden voor het eerst zo gezien hebben, blijft dit een zeer indrukwekkend schouwspel.

Een letterlijk indrukwekkend dagje dus. Met geweldige routes, overweldigende en kleurrijke bergen, een lucky squirrel en een sterrenhemel om stil van te worden tot slot.

Hopenlijk wordt morgen weer zo’n dag. 

zondag 18 september 2011

Vegas – mensen, mensen en nog eens mensen

Vanochtend nog Pahrump (er hoort nog een “h” in zag ik vanochtend). Goedkoop getankt …. dachten we. In ieder geval goedkoper dan in California. Maar als we een stukje verder rijden zien we tankstations voorbij komen waar de benzine nog eens 30 dollarcent de gallon minder kost. 30 cent op de vier liter hoor ik jullie dan zeggen: wat is dat nou? Maar als je dan 25 gallon tankt, want ze slurpen benzine die RV’s, dan scheelt dat toch 7,50 dollar en misschien wel 15 a 20 dollar op een hele tank. Dus toch wel de moeite waard.
Maar goed we zijn op weg naar Las Vegas. Het is weer schitterend en erg warm weer en de omgeving is opnieuw indrukwekkend. Vegas ligt midden in een woestijn eigenlijk, maar de rit er naar toe gaat door of misschien moet ik zeggen om en over bergen. En pas op het laatst wordt het vlak.

In Las Vegas bezoeken we eerst een Outlet. Een erg luxe outlet. Het is zondagochtend ongeveer 11 uur en het is al behoorlijk druk. Marja koopt een Levis spijkerbroek voor een prijs waarvoor je in Nederland maar een pijp kan kopen.
Ik heb daar trouwens een nieuw fenomeen gespot. Het is al een overbekend beeld dat iedereen met hun mobiel probeert te achterhalen waar de ander is. Ik heb nu een stel gezien dat met walkie-talkies probeerde elkaar te bereiken. Ik kon dat zien, omdat ze eerst niet in de gaten hadden dat ze geen tien meter van elkaar stonden.
Na de Outlet gaan we richting onze camping bij Circus-Circus. We moeten een paar keer goed opletten, want die Amerikanen presteren het om op een snelweg uitritten aan de linker kant van de weg aan te leggen. En dat is toch ff wennen. Maar het gaat allemaal goed en we komen ongeschonden bij CC aan. Na een paar wassen, even douchen en wat drinken gaan we rond een uur of twee op stap richting de Strip. En dan kom je op plaatsen waar je regelmatig mensen in films ziet staan of lopen. Zo lopen we bijvoorbeeld bij Treasure Island op een plek waar we nog maar een paar weken terug Sandra Bullock in de film Miss Incongeniality (2?) hebben zien rondlopen. Toch een apart gevoel.

DSC01405
Wat ook bijzonder is zijn al die mensen. Mensen in korte broek en t-shirt, mensen in avondkleding, Mexicanen die iedereen weer mooie meisjes proberen aan te “praten”. We hebben er nu iets op gevonden: negeren of nijdig aankijken. Dan proberen ze niet meer die kaartjes met foto’s en telefoonnummers bijkans in je handen te duwen. En het maakt ze nog steeds niet uit of je man of vrouw alleen bent of dat je met zn tweeën bent.

Bij Starbucks Mangosap gehaald. Je moet echt wel blijven drinken daar, want het is weer bloedheet. En verder langs de strip. Ook nog even 10 dollar in een automaat gestopt. Op een gegeven ogenblik sta ik op meer dan 5 dollar winst. Maar al snel is dat omgezet in verlies van de 10 dollar. Helaas niet de vakantie of een langer verblijf verdient.
Dan maar weer verder langs zoals ik zei Treasure Island, Bellagio, Ceasars palace, de Eiffeltoren, het Venetian (aan de ovekant), New York – New York met de achtbaan hoog op het dak.

DSC01443
En net als in de Arabische oliesjeiklanden: zorg ervoor dat je veel water bij je hotel hebt liggen, want dat is een teken van rijkdom.
Ook zijn er inmiddels hele nieuw hotels verrezen, zoals het Cosmopolitan. Geen thema meer maar hele strakke, glazen, zeer moderne hotels en casino’s. En er wordt nog steeds volop gebouwd. Er wordt dan “gewoon even” een oud hotel gesloopt en een volledig nieuw pand neergezet.

Om een uur of half zeven schuiven we bij Out-Back aan tafel voor een heerlijke steak, voorafgegaan door een apart gerecht waarvan ik de naam kwijt ben. Maar het zijn op een bepaalde manier gesneden uiten, die gepaneerd en gefrituurd zijn en als een soort bloem om een bakje met saus zijn gedrapeerd. Marja heeft er nog een foto van gemaakt.(Oh heb ik al gezegd, dat er alleen per dag een enkele foto op de blog komt te staan en dat het plaatsen van alle foto’s in een album deze keer moet wachten tot na de vakantie. Dus als je die wilt zien: even geduld).

DSC01439

Na het eten lopen we nog even het MGM binnen om de leeuw(en) te zien, Maar het hok wordt net schoongemaakt en om bij de jonge dolfijn te komen die ze daar hebben moet je betalen. Dus onverrichter zake rechtsomkeert en terug de Strip op. Bij het Bellagio kijken we nog eens naar drie fonteinenshows, nadat we er ‘s-middags ook al naar twee gekeken hebben. Maar ze blijven ook indrukwekkend. Zeker als het water met grote klappen tot wel boven het Bellagio lijkt te worden geschoten.

DSC01480

Daarna wilden we eigenlijk nog even naar de show Treasure Island kijken, maar daar is het zo ongelooflijk druk, dat we besluiten door te lopen. Het is tenslotte ook al weer half elf en we hebben nog een eindje te lopen. Op dit gedeelte van de Strip wordt het van lieverlee iets minder druk. We vragen ons nog af of het hier ook drukker zal worden als een paar nieuwe hotels, die ze daar aan het bouwen zijn klaar zijn.

Terug bij de camper gauw de schoenen uit en ff lekker zitten. Het is dan bijna elf uur, dus we zijn toch al weer een kleine 8 uur aan het lopen geweest, met een pauze voor o.a. het eten. Maar toch. Een paar opkomende blaren hebben overigens nog ervoor gezorgd, dat ik bij Sketchers een paar eenvoudige schoenen gekocht heb. En slim als ze zijn hebben ze dan een aanbod van 25% korting op het tweede paar. Nou ja dan maar een paar leuke instappers voor Marja ook gekocht.
Om de warmte van me af te spoelen ben ik nog even onder de douche gaan staan en dat helpt lekker. En nu (half een) zit ik dit stukje te schrijven. Maar nu ik zie dat het zo laat is stop ik daar nu subiet mee.
Tot morgen.

DSC01463

De tweede dag en de teleurstelling van Furnace creek!

We zijn nog steeds aan het bijkomen van onze trail van een paar dagen terug. En het is waar: de tweede dag is inderdaad erger. En heb ik al verteld van die meneer die we tegenkwamen vlak voor we die trail gingen lopen. Die zat ook op een bus te wachten en hij had een gigantische rugzak bij zich. Wel 2 tot 3 keer zo groot als de onze. Toen ik hem daarnaar vroeg vertelde hij dat hij net de John Muir trail had afgerond. En terwijl wij ons geestelijk voorbereidden op een trail van welliefst 13 kilometer, vertelde hij ons, dat de trail die hij gelopen had (mèt die gigantische rugzak op zijn rug) 230 mijl, dus om en nabij 370 kilometers telde.  En hij liep er niet minder om. Ik ben nog vergeten te vragen hoe lang hij er over gedaan heeft. Maar dat zal wat meer zijn dan die ongeveer 6 uur die wij gelopen hebben, met alle gevolgen van dien.
Ik vertel dit alleen nog maar even omdat als jullie ons vandaag zouden zien lopen…… Affijn, laat ik daar niet op doorgaan.

We worden vandaag min of meer uitgeleide gedaan door onze buurman op de camping: John (what else?). We maakte een praatje met m en hij vertelde dat hij twintig jaar geleden met pensioen was gegaan. Hij werkte voor een bedrijf dat grondwater aanboorde voor mensen die behoefte hadden aan water voor hun woning, landerijen of wat ook. Maar toen hij 53 was en ziek werd is hij gestopt. En dan vertelt zo’n alleraardigste eenvoudige man, dat hij zowel in California als in Texas een huis heeft, dat hij behalve de camper (en wat voor één) waarmee hij naast ons staat er ook nog zo een als die van ons heeft voor als ze de bergen in gaan en dat ze dan hun quads meenemen en het ervan nemen. En hij vertelde ook nog dat ze eigenlijk maar 4 maanden per jaar “thuis” zijn (in één van die twee woningen) en voor de rest van het jaar eigenlijk met hun camper aan het rondtoeren waren. En toen zei hij ook nog: het leven is wat je er zelf van maakt!!!!!

028-death-valley

Met die wijsheid gaan we vandaag eerst nog even bij een nederlandse bakker in Bishop langs om lekker vers brood te halen. Er staat allerlei Delfts blauw spul in de etalage, maar verder is er weinig Nederlands meer te herkennen aan deze winkel. Hij loopt wel erg goed zien we.
Ook nemen we weer een keer een ontbijt bij Denny’s. Marja een banana-french-toast-sizzler-something en ik een lumber-jack-nog-wat. En dan blijkt dat het toch weer grote ontbijten zijn die die Amerikanen eten en dat ik zeker geen lumber-jack ben.
Nadat we bij de bakker zijn geweest lopen (nou ja) we weer terug naar de camper en begeven we ons op weg naar Death Valley. Ook hier weer momenten van herkenning en op sommige plekken, waar we zeker twee jaar geleden ook hebben gereden, toch ook weer niet. Dat we denken: dit kan ik me helemaal niet meer voor de geest halen. En op een plek die we ons wel herinneren en waar we twee jaar geleden hobbelend een parkeerplekje hebben gezocht over keien en kleine rotsblokken ligt nu bijvoorbeeld een keurig aangelegd parkeerterrein.
En we zien bijvoorbeeld in die onwezenlijke vlaktes nu ook Yucca’s en Joshua-trees staan, waarvan we ook niet meer weten of die er twee jaar geleden ook al stonden.
En wat ook opvalt is dat het gebied, dat ontzettend droog is, er uitziet alsof het kort geleden enorm gehoosd moet hebben, waarbij grote hoeveelheden water uit de omringende bergen moet zijn afgestroomd. We zien in het dal voor Death Valley bijvoorbeeld iets wat wel op een meer lijkt. En verderop liggen nu grote zoutvlaktes, wat er op wijst dat er ook water gelegen moet hebben.

029-weg-door-death-valley

Aan het begin van de Valley stoppen we even om naar het visitor center te gaan en te laten zien dat we een pas hebben. Maar we zien dat center pas als we weer wegrijden. Misschien hadden we toen toch nog even moeten stoppen, waardoor we verderop niet voor een verrassing zouden zijn komen te staan. We hebben namelijk de bedoeling om weer op Furnace Creek campground te kamperen. Een campground midden in de Valley, waar ‘s-nachts met een beetje geluk de kaioties (coyotes) rondlopen of zich in ieder geval met een concert laten horen. Als we in de buurt van de campground komen staat er echter een bord dat hij gesloten is. En bij de ingang gekomen zien we inderdaad dat hij er verlaten en verwaarloosd bij ligt. Wat nu? Een klein stukje verderop liggen nog twee campgrounds, waarvan er één – die op een parkeerterrein lijkt – ook gesloten is. De ander is wel open. Maar als we daar even over heen gereden hebben kijken we elkaar aan en zeggen: laten we maar doorrijden. Marja zoekt in de Tom-Tom en het grote campgroundboek dat we van Roadbear hebben meegekregen naar campings niet teveel verderop. En in Pahrump (ja echt zo heet dat plaatsje) zijn er wel een paar te vinden.
Dit alles heeft tot gevolg dat we dit keer in een keer Death Valley doorkruisen. Maar niet zonder vol verwondering en verbazing te hebben gekeken naar de grote verschillen en contrasten in kleuren en rotspartijen en vlaktes in een plaats die Dode Vallei heet. Je moet er geweest zijn om dat gevoel daarbij te kunnen begrijpen. Soms doet het zelfs een beetje onaards aan. Dus we hebben er ondanks de tegenvaller van Furnace creek toch zeker van genoten.

030-death-valley

Als we Pahrump inrijden (waar je overigens om van de ene naar de andere kant van de plaats te komen misschien wel een uur nodig hebt, zo verspreid ligt de bebouwing) zien we al een bordje: RV-campground. Dus wij volgen dat bordje, maar als we de camping zien trekt dat ons niet zo, dus rijden we weer verder. Een ander adres ingetoetst en de Tom-Tom laat ons weer rondjes rijden. Althans dat denken we. Wat hij probeerde te doen omdat we met onze neus de verkeerde kant op stonden, was ons drie keer rechts om te sturen en dan links, zodat we de andere kant uit zouden rijden. Hij had natuurlijk ook kunnen zeggen, wat ie zo vaak doet: probeer om te draaien. Maar uiteindelijk rijden we de goeie kant uit. Onderweg zien we nog dat de benzine hier een stuk goedkoper is dan in California (we zijn inmiddels al weer in Nevada). En na een kleine vijf mijl belanden we op de meest luxueuze campground die we tot nu toe gezien hebben. Dus we denken, dat zal wel wat kosten (we zijn tenslotte Nederlanders). Maar dat valt, zeker met korting op onze ANWB-kaart, eigenlijk best wel mee. En na wat geharrewar over onze plek, omdat er een concert zou zijn vlak bij onze eerste plek, staan we nu op een mooie, warme plek in het wereldberoemde plaatsje Pahrump.
Wie we daar wel weer zien zijn een paar van onze humming-bird vriendjes. Dat blijven toch bijzondere beestjes om naar te kijken. Geweldig gewoonweg. Je hoeft er in ieder geval niet voor weg te lopen als voor een beer.
En morgen gaan we op pad naar gokstad Las Vegas. Kijken of we met een paar dollars onze reis kunnen terugwinnen of dat we nog wat langer wegblijven (of misschien wel eerder terugkomen :). Maar dat beschrijf ik morgen weer.

zaterdag 17 september 2011

Bye Bye Yosemite en de tweede dag is het altijd erger

De gevolgen van de trail van gisteren laten zich vanochtend al direct voelen. Onze kuiten en dijen voelen als planken maar onze benen als rubber. Weinig kracht meer in de benen, maar gelukkig zo stijf dat we toch overeind blijven. Hoe zal dat morgen zijn als het inderdaad nog erger is. Ondanks dat rijden we toch om kwart over zeven alweer de campground af en begeven ons op weg naar de Tiogapas. De pas die we twee jaar geleden niet konden rijden, omdat hij gesloten was vanwege sneeuw. Dat was toen twee weken later dan nu. Nu ligt er gelukkig geen sneeuw, schijnt de zon weer en belooft het weer een mooie dag te worden.

En de Tiogapas is inderdaad een geweldige rit om te rijden. Ook al staan er af en toe alleen maar van die palen, die aangeven hoe hoog de sneeuw daar kan liggen (tot boven het dak van de camper= 12 ft), tussen de weg en soms toch wel aardig diepe putten. Maar de weg biedt ook heel veel verschillende uitzichten. Veel meertjes en meren en uitgestrekte weiden/vlaktes e.d.  Het enige dat ze hier nog moeten leren is de plaatsen waar je van het uitzicht kunt genieten wat beter verdelen. Maar dat zal wel niet mogeijk zijn omdat er langs sommige stukken weg nu eenmaal geen ruimte is voor parkeerplaatsen e.d. Ik zeg dat omdat we nu af en toe een parkeerplaats oprijden, van het uitzicht genieten, een paar foto’s maken en dan weer op pad gaan. Om dan na een paar honderd meter te merken dat daar een plek is die er nog veel mooier uitziet, met mooie meertjes of andere mooie vergezichten.

024-tiogaroad-2025-vlakte 026-Toulume 027-meer

Maar desondanks hebben we weer genoten van deze rit.
Beneden aangekomen brengen we Tom-Tom (onze navigator) weer tot wanhoop. Want in plaats van rechts af te gaan in de richting die we hebben ingevoerd, slaan we linksaf voor een kort bezoekje aan Mono-lake. En Tom-Tom blijft dan proberen je weer op het rechte pad te brengen door te roepen:draai om, probeer om te keren, ga drie keer rechts en een keer links. Marja zei nog: Je zou hem eigenlijk moeten kunnen programmeren om na drie vergeefse pogingen je weer in de juiste richting te sturen te roepen: ach krijg toch de kl…re, zoek het dan zelf maar uit. Bij Monolake kopen we een paar magneetjes voor op de ijskast en lopen dan naar buiten om te bedenken of we nog naar een mooie plek langs het meer willen lopen. Als we daarbij een paar traptreedjes moeten afdalen bedenken we ons, als we zien hoeveel moeite ons dat op dat moment kost. Wat zijn die kuiten en dijen gevoelig.
Dus besluiten we om maar door te rijden naar onze bestemming van de dag:: Bishop.

Daar doen we een paar boodschappen, tanken de camper vol en gaan op zoek naar een camping. Een eerste die we zien valt af, omdat die er nogal shabby uitziet. Ondertussen zien we ook waar de Nederlandse Bakker Erik Schats zit, Denny’s voor het ontbijt morgen en McDonalds voor internet, zodat we dit berichtje kunnen uploaden en jullie het weer “allemaal” kunnen lezen.

donderdag 15 september 2011

I thought I saw a pussycat? Or was it? Misschien was het wel….. of “komt er dan geen eind aan?”

Maar dat loopt op de zaken vooruit. Eerste wat eerste komt. En dat is dat ik vandaag voor Marja op was. Zal toch geen trend gaan worden? Vorig jaar ook al een keer…. Maar misschien waren de twee glaasjes Baileys daar debet aan. Maar op zich is dat niets voor Marja op een dag dat we vroeg wegmoeten. We moeten nl. om 7 uur de shuttle hebben naar de Yosemite Lodge, waar we de bus naar Glacier Point zouden nemen. Dus toen ik om kwart over zes uit bed stapte moesten we ons nog haasten ook. Maar “gelukkig” komt de eerste shuttle pas twintig minuten na zevenen. We hadden nog wel even kunnen blijven liggen. Bij de Lodge halen we nog een koffie en een Cinneman roll en pikken we onze tickets voor de bus op. Die hebben we al van huis uit gereserveerd.
021-panorama-glacier-point
De bus naar Glacier Point heeft een grappige chauffeur, die een paar schitterende verhalen heeft, hoe hij bijvoorbeeld bij de brandweer met een helikopter is geëvacueerd uit een brand. De truck waar ze mee waren vonden ze later terug zonder banden en zonder glas. De banden waren verdampt en het glas was gesmolten. Dus dan is het wel heet in zo’n brand. Ook vertelde hij dat hij een keer met een dirt-bike (motor) tegen een eland is aangeknald die net de weg opstapte toen hij er aan kwam rijden. Gebroken nek en pas de volgende ochtend gevonden door iemand uit de buurt. Dit gebeurde allemaal in Alaska. Op de vraag wat er met de eland was gebeurd zei hij dat hij dat niet wist, maar dat hij hoopte dat he died a slow and painfull death.
En waarom dan naar Glacier Point? Om de Panorama-trail te lopen. Een trail van ongeveer dertien kilometer door de bergen. Omhoog, omlaag en weer omhoog en dan weer omlaag. En zo ging dat een tijdje door. Maar het moet gezegd: de uitzichten (panorama’s: vandaar de naam waarschijnlijk) waren adembenemend. In de route zaten ook een paar watervallen die er van een afstand al (overkant van het dal) spectaculair uitzagen en natuurlijk helemaal toen we er vlakbij kwamen. Maar voordat het zover was eerst wat we nu eigenlijk gezien hadden. En de trouwe volgers van onze blog/site hebben het waarschijnlijk al geraden. We hebben EEN BEER gezien. En dat is toch wel een bijzondere sensatie. Vooral de manier waarop. We zijn nl. weer eens op weg naar (een) boven en  vlak voor wat later blijkt de laatste haarspelbocht te zijn, zie ik ineens een beweging in het bos naast ons. Op een meter of dertig/veertig (hoe vaker we dit vertellen hoe korter de afstand zal worden, maar veel meer dan dat was het echt niet). Door de schaduwwerking van de bladeren aan de boom had ik eerst niets gezien, maar omdat hij een paar passen loopt zie ik hem ineens. Dus ik roep (zachtjes uiteraard) naar Marja die een paar meter voor me loopt: BEER, BEER, BEER. Pas bij de tweede keer realiseert ze zich wat ik zeg en kijkt ze opzij. De eerste reactie is: he, beer even een plaatje schieten, maar ik krijg hem er niet goed op dus even een paar stapjes opzij of iets dergelijks. Maar dan komt het besef dat die beer maar op 20 meter (zie je wel het wordt al minder) van ons af loopt, dus ik schiet snel een plaatje (helaas staat het stomme beest achter een boom, dus het zal nog lastig worden te bewijzen dat we hem echt gezien hebben) en we maken dan dat we ons snel uit de voeten. Vanaf dat moment kijken we ook veel meer om ons heen dan daarvoor. Je moet ook nog een beetje opletten waar je loopt om niet te struikelen.
Na deze belevenis komen we aan misschien wel het mooiste stuk van de trail in de buurt van de watervallen. Indrukwekkende hoeveelheden water storten zich met razende snelheid naar beneden. Het geluid dat je hoort lijkt wel een straaljager. Alleen de downside van deze twee watervallen is dat ze op korte afstand met een nogal groot hoogteverschil te benaderen zijn. Dit betekent dat een deel van de trail loopt over wat wel een rockslide lijkt en waarin een pad is aangelegd. Dit is razendvermoeiend en dodelijk voor je spieren in je dijen en je knieën en heupen. En dan loop je ook nog met een zware rugzak te zeulen. Maar zoals gezegd het was zeker de moeite waard.
022-Vernal-fall
Toen we dus bij de tweede waterval naar beneden waren gelopen, ook al weer via zo’n  vreselijk “trap” met treden van allemaal verschillende hoogten en waar je razend goed moest opletten waar je je voeten zette, dachten we dat we er waren. Maar om bij de shuttlebus terug naar de campground te komen moesten we nog een stuk geasfalteerd pad af dat ook weer op en neer ging. En niet zo maar. De percentages logen er niet om. En wie wel eens in de bergen heeft gelopen weet dat het naar beneden lopen op steile stukken killing is voor je spieren en gewrichten. En elke keer dachten we dat we er waren, maar dan kwam er toch weer een helling.
Maar uiteindelijk hebben we het toch gered tot de halte van de shuttle.
019-eekhoorn
Het was eigenlijk niet eens zo’n groot stuk meer terug naar de camping, maar we hadden echt de puf niet meer om dat te lopen. Bij de camper gekomen hebben we onze spullen aan de kant gegooid, de stoeltjes gepakt en zijn we met onze voeten (en de stoeltjes) in Merced-river, die langs de campground loopt gaan zitten. Wel erg koud maar o zo lekker met die zere voeten.
En nu zit ik dit stukje te tikken en gaan we zo onze steaks weer lekker op de barbecue braden. En ik schat in dat we er vanavond weer vroeg in liggen.

woensdag 14 september 2011

Van knoflook tot Half Dome

Vandaag een rustig dagje. We vertrekken om een uur of half acht vanaf de camping in een lucht van uien en knoflook. We zitten kennelijk in een streek waar die knollen worden geteeld en –zoals nu -  geoogst. Goed dat we weggaan: je zou er tranen van in je ogen krijgen. De rit gaat naar Yosemite-park. En we komen langs stukken, die we twee jaar geleden ook al gedaan hebben, maar waarvan we allebei zeggen: hebben we hier gereden. Andere stukken zijn juist weer heel herkenbaar. Zoals die met de heuvels in goudgele kleuren.
018-heuvels
Het laatste stuk naar het park rijden we een andere route als twee jaar geleden, nu onderlangs en toen bovenlangs. Een stukje om (van ongeveer twee en een half uur om Sequioa bomen te gaan bekijken) laten we toch maar aan ons voorbijgaan. Alhoewel je daar als rechtgeaarde Amerikaan je hand niet voor zou omdraaien (rare uitdrukking trouwens). Maar dat laatste stuk is ook weer geweldig mooi. Alleen zien we steeds achter de bergruggen dreigende donderwolken hangen. En we hadden al meegekregen dat er gedurende een aantal dagen in de middag stevige onweersbuien zouden zijn. En we zien al op een aantal plekken grote plassen liggen. En van de parkranger krijgen we te horen dat er inderdaad de dag ervoor een stevige onweersbui is geweest. En ook voor de komende dagen worden ze weer voorspeld. Dus als we morgen willen gaan wandelen eerst maar even goed naar de vooruitzichten kijken.
017-waterval
Vanavond hebben we onze eerste steak van de vakantie op de barbeque gehad. Alleen moesten we ze nog wel even in de magnetron ontdooien en dat ging een beetje te hard. Dus helemaal geslaagd waren ze niet.
Ook kwam ineens de zon weer door de wolken heen en werd de Half Dome, waar we vanaf onze plek op de campground een schitterend uitzicht hebben, in het zonnetje gezet. Alsof hij stond te gloeien, magnificent zou ik willen zeggen.
015-half-dome
014-weerkaatsing-half-dome 
De eerste eekhoorntjes hebben ook al weer rond onze camper gehuppeld. Niet die grote van twee jaar terug, maar een kleinere soort. Grappige beestjes en rete-brutaal. Een zat bijna onder mijn stoel.
016-boom-in-merced
Morgen dus – als het weer het toelaat – onze wandeling vanaf Glacier point. Dus duimen maar voor mooi weer en geen voorspellingen van onweersbuien. Maar dat morgen weer

Engaged to be maried (Huh, wat, wat zeg je…)

Vandaag gaan we de camper ophalen. Maar vandaag wordt dat bijzonder. Want wat Marja niet weet is dat aan deze dag voor mij een lange voorbereiding heeft vastgezeten. Een tijdje geleden hebben we besloten te gaan trouwen. We zijn nu al een tijdje bij elkaar en je wil met elkaar uitspreken dat je verder wilt met elkaar. En toen we dat hadden afgesproken zei Marja dat ze het wel leuk zou vinden “officieel” gevraagd te worden. En het liefst in Amerika waar we dit jaar weer in de camper zouden gaan “rondtrekken”. Daar moest ik natuurlijk wat op verzinnen. Een paar dingen schoten me in gedachten. Een aanzoek op het grote scherm in het AT&T-stadion waar we de tweede dag een wedstrijd van de Giants zouden bijwonen. Maar daar zitten wel heel veel mensen en Marja vindt in de belangstelling staan al niet zo geweldig, laat staan met misschien wel 40.000 mensen erbij. Dus dat viel af.
Toen bedacht ik me, dat het misschien wel aardig was mn aanzoek ergens met bijv. een spandoek op de camper aan te brengen, zodat ze die zou zien op de dag dat we die zouden ophalen (vandaag dus). Maar hoe versier je dat? Daarvoor moest ik stiekem het email-adres van Aldie, de belg die het verhuren van de Campers in San Francisco voor Road Bear regelt, uit de computer/mails van Marja opvissen. En na wat heen en weer gemail met hem is eruit gekomen, dat ik via een adres dat hij voor me had opgezocht in Amerika, een spandoek heb laten maken dat op de camper kan worden aangebracht. Dat heb ik vervolgens bij hem laten bezorgen. Maar toen ik gister met hem belde om te horen hoe laat we ogepikt zouden worden bij ons hotel zei hij mij, dat het pakketje nog niet was geleverd. Ik begon natuurlijk, zoals de Belgen zeggen, gelijk te panikeren. Want hoe kom ik nog in contact met dat bedrijf waar ik die banner besteld heb? Toen ik hem een paar uur later echter nog een keer belde – met de smoes dat ik het hoteladres verkeerd had doorgegeven – vertelt hij mij gelukkig dat de banner is aangekomen.
Dus vanochtend ging het gebeuren. Bij aankomst zal ik al te kijken of je niet op een van de campers die klaarstonden voor vertrek mijn boodschap al kon zien. Gelukkig: dat is niet het geval. Dus we doen net of ons neus bloedt en beginnen gewoon aan de formulierwinkel waar je doorheen moet als je met een camper wil rondrijden. Als we daar mee bezig zijn zegt Aldie: ik zal de RV efkens klaarzetten. Marja vond dat wel wat bijzonder, want ze stonden toch al allemaal klaar? Maar goed, het zal wel. En nadat we door de papierwinkel heen zijn gaan we naar de camper. Het hele team van Road Bear weet ervan en een nederlandse die daar ook werkt, gaat met ons de camper op schade bekijken en uitleg geven. Zij weet er natuurlijk ook van en als enige vrouw in het team is zij uiteraard de uitverkorene om dit te doen. Ze leidt ons ook gelijk naar de kant van de camper waar de banner hangt. En hoewel ze misschien een vermoeden had dat dit misschien een plek is waar ik het aanzoek zou kunnen doen, is het toch een aardige verrassing. Zeker omdat ze geen idee had dat ik al een tijdje daarvoor in email-correspondentie met onze belgische vriend was. In de weeromstuit heeft ze eigenlijk niet eens echt “ja” gezegd op de vraag op het spandoek. Maar ik ga er maar vanuit dat ze dat wel wil.
011-camper-1012-wil-you013-will-you-2
Nadat we nog een tijdje hebben nagepraat met Aldie en de nederlandse jongedame, gaan we eerst maar even een Starbucksje halen, om daarna inkopen te gaan inslaan bij de Walmart. Niet alleen veel eten en drinken (voor meerdere dagen), maar ook hout voor de kampvuurtjes, houtskool voor de barbecue en een paar stoeltjes voor naast de camper in de zon.
De eerste campground waar we naar toe gaan is – net als twee jaar geleden – in Gilroy, Als we daar naar toe rijden is het weer knap heet geworden. Maar tegen de avond steekt er een koele wind op en gaan we (zelfs ik) in de camper zitten. Dat geeft wel aan dat het dan toch echt wel frisjes wordt.
En terwijl Marja de blog van Droppie Water bijwerkt (ook te volgen) warm ik een pizzatje op en zit ik nu aan dit verslagje te schrijven.
Dus dit is wel een bijzondere dag.
Het volgende verslag komt pas weer de 16e. De komende twee dagen staan we namelijk in Yosemite, waar we geen internet hebben. Dus dat wordt weer even geduld hebben.

Fietsen, dolfijnen en baseball

Onze dag begint om half 6, we douchen en gaan op pad. Eerst weer met de shuttle naar het vliegveld en vandaar weer met de BART naar downtown. Als we net in de trein zitten zie ik dat mijn rugtas open staat en mis ik mijn mobiel. Het kan niet zijn dat hij gestolen is, maar ik ben bang dat hij eruit gevallen is. Tot 3 keer toe doorzoek ik mijn rugtas, en Ko doet het nog een keer over. Ik baal vreselijk, hij is net nieuw en ik was er erg blij mee. En ik wil gewoon mijn mobiel hebben. Ko vraagt of hij niet nog op de kamer kan liggen, want het lijkt hem onmogelijk dat hij eruit gevallen is. Hij heeft de hele tijd achter mij gelopen. Alhoewel ik bijna zeker ben dat ik hem in mijn tas gestopt heb, is het mogelijk dat hij nog in de hotel kamer ligt. Daar hoop ik dan maar op.
010-loris-diner
We stappen weer uit bij Powell street, en gaan eerst ontbijten bij Lorrie’s Diner. Hierna gaan we met de cable car naar Fishermans warf. We gaan namelijk weer fietsen. Bij Fishermans warf huren we dus 2 fietsen, en gaan op weg. Het duurt even voordat ik het schakelen op deze fiets door heb. Onderweg halen we een aantal toeristen in welke op electrische bikes rijden. De gids roept naar haar groep: “Come on guys, don’t let those normal bikes get ahead of us”. Waarop wij roepen dat we uit Nederland komen en wel gewend zijn om te fietsen. Even later wanneer het heuvel op gaat komt mijn schakelprobleem weer naar boven, en slaan mijn trappers door. Dus moet ik lopen, op dat moment haalt de gids van de electrische bikes ons weer. En lacht en roept iets. Tja wij hebben in Nederland nu eenmaal geen heuvels. We stoppen even bij het fort onder de Golden Gate bridge, maken een paar foto’s , rusten even en gaan weer verder. Op de brug is het weer erg druk. Ik fiets tot halverwege, en als ik stop kijk ik naar beneden in de zee. We weten dat je hier ook wel eens dolfijnen kunt zien en dat willen we nu ook wel eens. In 2009 hebben we de hele reis langs de kust er namelijk geen een gezien. Ik sta nog niet stil en zie er gelijk twee. Ik roep naar Ko: Dolfijnen! Ko maakt er een paar foto’s van, we blijven een tijdje kijken. Soms zien we ze niet meer, maar dan duiken ze op een andere plek toch weer op. We fietsen weer verder, stoppen nog een paar keer maar zien geen dolfijnen meer. We fietsen door tot Sausolito, en nemen daar de ferry terug naar San Francisco. Het weer is trouwens weer prima, zon en iets te veel wind, maar het is prima uit te houden zo.
009-golden-gate
007-dolfijn 
Terug bij Fishermans Warf leveren we de fietsen weer in, en gaan naar Bubba Gumps Schrimp co. Hier gaan we wat eten. Terwijl we op ons eten zitten te wachten kijk ik naar de zee, en zie wederom een dolfijn. De hele tijd dat we daar zitten zien we hem af en toe weer opduiken. Het lijkt wel alsof wij de enige twee mensen zijn die het zien, of het interessant genoeg vinden om er lyrisch over te worden. Hierna koop ik voor Brian nog een baseball shirt van de Giants (duur!) en een jas voor mezelf (heeeeel goedkoop)
Na het eten lopen we naar het AT&T stadion. We hebben namelijk baseballs tickets voor de game van vanavond. Als de zon weg is wordt het koud, en met de wind erbij is het niet lekker. Ik ben blij dat ik de jas gekocht heb, want die kan ik nu over mijn benen leggen, aangezien ik een driekwart broek aan heb, is het erg koud voor mijn benen. Maar het blijft koud, en vooral ik zit meer en meer te verkrampen van de kou. Zelfs Ko heeft het koud. We halen wat te eten en lopen nog een rondje door het stadion. We verbazen ons over het feit dat er op een doordeweekse avond zoveel kinderen mee zijn naar de Game. Verder is het net als bij een Nederlandse voetbal wedstrijd op een EK of WK. Alleen hebben deze fans dit meerdere keren per week een heel seizoen lang, ieder jaar opnieuw. De kleur van de Giants is oranje, en het hele stadion ziet oranje. Ik film een stukje van de wedstrijd, en mis net de eerste homerun die geslagen wordt door Sandoval. We merken ook dat zo’n wedstrijd vooral een sociaal gebeuren is. Hele families zitten er en veel mensen kennen elkaar en begroeten elkaar uitgebreid. Wanneer er gescoord wordt, wordt er uitzinnig gejuicht, terwijl de meeste niet eens gezien hebben wat er is gebeurt, maar gewoon mee juichen met de rust. Wel heel leuk om een keer meegemaakt te hebben. Jammer dat het zo koud is, en wij daar geen rekening mee gehouden hebben. We vertrekken dus weer redelijk snel. Terug in het hotel duik ik direct in bed, terwijl Ko nog even gaat douchen. Mijn ogen zijn al toe als hij er weer onder vandaan komt.
006-giants

We zijn er weer!

Om 5.00 uur gaat de wekker, en gaan we er allebei uit. Ko gaat douchen, ik ga de laatste was ophangen. Hierna ga ik ook douchen. Dan lopen we nog even een lange ronde met de honden. We drinken nog een een bakkie koffie en wachten op de taxi. Om 10 voor half 7 gaan we maar eens bellen waar hij blijft. Blijkt dat de navigatie het niet zo goed doet, en deze de beste man overal heen stuurt, behalve naar het goede adres. Met wat hulp staat hij dan 5 minuten later bij ons voor de deur. De honden krijgen nog een kluifje, de koffers gaan in de auto, en weg zijn we.
Op schiphol aangekomen rook ik nog een sigaretje, hierna gaan we de koffers afgeven. Het lijkt erop dat het beter is om op schiphol in te checken dan thuis. Voor de drop-off balie staan lange rijen, bij de check in staat niemand. Maar we hebben het nog niet gezegd, of er gaat nog een balie open en wij mogen als eerste onze koffers afgeven. Dat gaat dan toch weer vlot. Snel door de douane, en eerst even een luchtje halen en voor mij 2 sloffen sigaretten. Hierna gaan we ontbijten, ik rook nog een laatste sigaretje, en dan lopen we naar de gate. Het is dan 10 minuten over 8. Ze zijn al begonnen met pre-boarden. Dus daar gaan we weer, schoenen uit, laptop uit de tas, alles op de band, dan zelf door de scanner, en nog een full body fouillering. Dan moeten we wachten totdat we mogen instappen. Wij hebben comfort zone stoelen, en als je het verkoop praatje mag geloven, dan mag je dus ook eerder instappen. Nou niets van dit alles. Eerst business class en elite, en daarna beginnen ze dus achteraan, dat betekend dus dat als je op rij 10 zit je als laatste aan de beurt bent. Maar goed we mogen in ieder geval mee.
004-schiphol
De vlucht verloopt uiterst soepel, en duurt maar 10 in plaats van 11 uur. 2 maal krijgen we een beetje turbulentie, verder voel je er helemaal niets van, alsof je naar een film zit te kijken wanneer je naar buiten kijkt. Van ieder uur slaap ik er een half. Dus het schiet lekker op zo. Om 10 voor half 12 (San Francisco time) landen we op SFO. We mogen nu wel als eerste naar buiten, als we bij immigrations aankomen, kunnen we zo doorlopen naar de officer, er is namelijk niemand. Even een paar vragen beantwoorden, en een beetje slijmen bij de officier, dat we zoveel van het land houden, en we mogen door naar de koffers. Die laten lang op zich wachten, we krijgen het zelfs al een beetje benauwd, ze zijn toch wel meegekomen. Als iedereen zijn koffer al van de band heeft gehaald komen die van ons ook. De tijdwinst zijn we weer kwijt, de koffers herkennen we nu wel gelijk.
Nu op zoek naar de shuttle, als we buiten komen wil ik eerst even roken. Ko loopt naar de plek waar de hotelshuttles stoppen. Als hij daar is en op een bord staat te lezen, stopt achter hem onze hotel shuttle. Ik zie dat maar kan alleen niet wel bij de koffers, Ko heeft niets in de gaten. Gelukkig rijden ze om het kwartier. De volgende stappen we in, en deze brengt ons snel naar Hilton SFO. Het inchecken loopt weer probleemloos, en even later staan we op onze kamer.
001-hilton-hotel
We installeren de koffers op onze kamer, kijken even rond, en gaan weer terug naar beneden. Op naar San Francisco. Met de hotel shuttle gaan we terug naar het vliegveld om daar met de BART naar downtown te gaan. We stappen uit bij Powell street, en gaan eerst naar het visitor centre om daar een dagpas te kopen voor het openbaar vervoer. Deze gaan we morgen gebruiken. Hierna halen we eerst een koffie bij Starbucs, of eigenlijk Ko haalt de koffie en ik wacht buiten. Als ik naar binnen loop zie ik 2 politiemannen met duitse herders. Ik kan het niet laten om te vragen of ik een foto mag maken en maak even een praatje. Ze zijn vanzelfsprekend erg geinteresseerd in het feit dat ik thuis ook politiehonden train (of getraind heb) Ze vragen waar in holland een hond voor verkocht wordt. Wanneer ik ze vertel dat een goede hond tussen een 3 en 5000 euro opbrengt zijn ze met stomheid geslagen. De verbazing wordt nog groter wanneer ik zeg dat dat het bedrag is wat een handelaar er voor betaald, en dat de uiteindelijke koper nog veel meer betaald. De duitse herders van hun worden in Duitsland gekocht. Twee keer per jaar komen er zo’n 60 honden naar Amerika. De honden van hun zijn zogenaamde snifferdogs. Ze zijn dus niet getraind voor het bijtwerk. Wanneer we weglopen, hoor ik ze nog een keer tegen elkaar zeggen: “3000 tot 5000 euro for a dog”.
003-bart-police
Hierna lopen we naar Fishermans Warf, het is weer een hele tippel, en de heuvels laten zich weer goed voelen. Onderweg komen we langs een winkel die allelei sport shirts etc verkoopt. Daar koop ik 4 vlaggen van Baseball clubs voor in de kantine van de honkbal club van Brian. Hier hebben ze om gevraagd, dus die belofte is al ingelost. Bij Fishermans warf kijken we even rond, en gaan eten bij Hard Rock café. We nemen beiden een Legendairy Burger, ze smaken weer goed. Dan lopen we naar het BART station Embarcadero en nemen de trein terug naar het Vliegveld. Om een uur of 19.00 uur zijn we weer terug bij het hotel. Omdat we niet te vroeg willen gaan slapen (het is moelijk om wakker te blijven) gaan we nog wat drinken in het hotel. Ko neemt cola ik neem thee, of iets wat daar voor door moet gaan. Het is echt niet te drinken. Ik loop met mijn beker naar buiten om zogenaamd een sigaret te gaan roken, maar kiep daar de thee tussen de planten.
002-hard-rock-cafe
Om half 9 redden we het echt niet meer en gaan we naar bed. Ieder uur van de nacht wordt ik wel wakker maar redt het tot even over half 6. Dan ga ik douchen en aankleden.